La province de Namur, au coeur de votre quotidien

Léon GAUCHEZ, ondernemer in dienst van de kunst (1825-1907)

William Quiller Orchardson, Portret van Léon Gauchez (Paul Leroi) kunstcriticus, 1895 (Brussel, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België – Photo d’art Speltdoorn & Fils).

1825

Geboren op 13 augustus in Brussel, in een familie van industriëlen.

1845

Treedt toe tot de Koninklijke Filantropische Vereniging van Brussel, en later tot de Artistieke en literaire king van Brussel en, enige tijd later, tot de Centrale kas van Belgische artiesten.

1846-1850

Werkt actief samen met de Revue de Belgique.

1849

Behaalt aan de Vrije Universiteit van Brussel diploma’s filosofie en rechten. In datzelfde jaar schrijft hij zich ook in aan de balie van Brussel.

1850

Voorzitter van het organisatiecomité van het Artistiek feest in het Munttheater van Brussel, ter ondersteuning van Belgische kunstenaars en in aanwezigheid van de regering en het koningspaar Leopold I en Louise-Marie. Hij publiceert voor deze gelegenheid een souvenir-album met 24 etsen.

1851 

Gaat werken in het familiebedrijf Willems-De Keyser, een fabriek van wollen dekens in Anderlecht, en begint het te moderniseren.

1856

Wordt stoffenfabrikant.

1858

Wordt bij koninklijk besluit benoemd tot plaatsvervangend rechter bij de handelsrechtbank van Brussel.

1859 

Wordt lid van de Belgisch-Amerikaanse vereniging voor de ontwikkeling van de rechtstreekse handel tussen België en de Verenigde Staten.

1860-1866

Maakt kennis met de kunstcriticus Théophile Thoré, alias William Bürger, die zijn mentor wordt.

Léopold Flameng (1831-1911), Théophile Thoré, 1870, lithografie (Wikimedia Commons).

1861-1865

Speelt belangrijke rol in de Burgeroorlog omdat hij de Belgisch-Amerikaanse economische en diplomatieke relaties stimuleert en medewerker wordt van Henry Shelton Sanford, gevolmachtigd minister van de Verenigde Staten in Brussel.

Mathew Brady, Henry Shelton Sanford, tussen 1860 en 1880 (Washington, Library of Congress).

1862

Neemt aan de Wereldtentoonstelling van Londen deel als uitvinder-ingenieur-constructeur en krijgt een medaille voor zijn productie van wollen dekens.

1865

Moet na een brand de familiefabriek afstaan aan zijn schuldeisers.

1866

Neemt deel van de oprichting van het Parijse kantoor van de International Society of Fine Arts, met Théophile Thoré, en wordt correspondent van het kantoor in Brussel.

1866-1868

Werkt als correspondent voor de Chronique internationale des Beaux-Arts, tijdschrift van de International Society of Fine Arts. Hij neemt ook deel aan het organiseren van verkooptentoonstellingen voor de Society.

1867

Treedt in contact met de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Hij biedt tot 1906 bijna 350 schilderijen en beelden te koop aan en tussen  1872 en 1884 stelt hij vele donaties voor. Maakt kennis met landschapsschilder Paul Huet en koopt van hem voor het museum van Brussel De klif van Houlgate.

Paul Huet, s.d. (Wikimedia Commons)

1870

Aan de Amerikaan William Tilden Blodgett verkoopt hij, met de handelaars en experts Étienne Le Roy en Alexis Febvre, de eerste collectie van het Metropolitan Museum of Art van New York, dat in 1872 zal worden opgericht. Hij neemt tevens deel aan het vervoeren, het inlijsten, het restaureren en het aanprijzen van de verkochte werken.     

1871

Begint oude en nieuwe schilderijen te leveren aan de Belgisch-Franse verzamelaar John Waterloo Wilson.

1873

Schrijft rubrieken voor L’Indépendance en de Gazette des Beaux-Arts. In die periode werkt hij ook aan de publicatie van geïllustreerde verkoopcatalogi  voor de collecties van John Waterloo Wilson, Papin, Laurent-Richard en Faure. Hij organiseert ook de verkoop van zijn eigen schilderijen onder de schuilnaam « marquis de La Rocheb », alvorens er onder een andere naam reclame voor te maken.  

1874

Verlaat Brussel en vestigt zich in Parijs.

1875

Richt in Parijs het geïllustreerde tijdschrift  L’Art op, dat tot in 1907 zal verschijnen (in totaal 68 delen).

L’Art, 1875.

1879

Richt in Parijs de Société internationale de L’Art op.

1879-1881

Geeft via L’Art het tijdschrift Musée artistique et littéraire uit, voorheen Musée Universel genaamd (1873-1878).

1879-1884

Organiseert kunstexposities in de verkoopgalerij van L’Art.

1880-1883

Schrijft over de nationale Italiaanse tentoonstelling in Turijn (1880) en organiseert, achter de schermen, de veilingen van de collecties van prins Paul Demidoff in Florence (1880), van John Waterloo Wilson in Parijs (1881), van Hamilton Palace in Londen (1882) en van Narishkyn (1883).

De jaren 1880

Schenkt 10 tekeningen en vele kunstwerken aan het Louvre.

1881

Begint om te gaan met de Franse beeldhouwer Auguste Rodin.

Nadar, Foto van Auguste Rodin, 1891 (Wikimedia Commons).

1886 

Wordt de vertrouwenspersoon van de Franse beeldhouwster Camille Claudel die hij 20 jaar lang zal helpen.   

Anoniem, Foto van Camille Claudel, vóór 1883 (Wikimedia Commons).

1888-1904

Schenkt 71 prenten en 2 schilderijen aan het museum van Schone Kunsten van Duinkerken.

1889-1891

Leidt het tijdschrift L’Art als hoofdredacteur en directeur.

1890

Onderhandelt met de gemeente Laken over de oprichting van een museum-bibliotheek ter ere van zijn grootvader Joseph-Benoît Willems. Het project strandt in 1894.

Les Nouvelles de l’Intermédiaire, 20 november 1892.

1891

Neemt deel aan de expertise van de werken van de Borghese-collectie en trouwt met Joséphine Geneviève Loose, die enige weken later overlijdt.

1895

Schenkt een beeld en een verzameling boeken, schilderijen, tekeningen en aquarellen aan het museum van Elsene.

1896-1897

Steunt de oprichting van de Société des amis de l’eau-forte (Vereniging van vrienden van de ets)

1897-1901

Schenkt aan de Belgische staat 54 Franse prenten en duizenden brieven, die nu worden bewaard in de Afdeling manuscripten van de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR).

1901

Blaast het tijdschrift L’Art, dat sinds 1894 niet meer was verschenen ten gevolge van zijn gezondheidsproblemen, nieuw leven in.

1907

Sterft op 1 juni in Parijs, 81 jaar oud.

Bibliografie

  • Baetens Jan Dirk, « The Belgian Brand : Ernest Gambart and the British Market for Modern Belgian Art, c. 1850-1870 », dans Belgisch Tijdschift voor Filologie en Geschiedenis, n° 92, 2014, p. 1277-1310.
  • Baetjer Katharine, « Buying Pictures for New York : The Founding Purchase of 1871 », dans Metropolitan Museum Journal, vol. 39, 2004, p. 161-245.
  • Bass-Krueger Maude, « Fashion Collections, Collectors, and Exhibitions in France, 1874–1900 : Historical Imagination, the Spectacular Past, and the Practice of Restoration », dans Fashion Theory, n° 22, fasc. 4-5, p. 405-433.
  • Goddeeris Ingrid, « « L’Art » (1875-1907) : Une revue illustrée fondée par le critique et marchand d’art belge Léon Gauchez », dans Le Livre et l’estampe, vol. 55, n° 171, 2009, p. 19-47.
  • Goddeeris Ingrid, « D’une découverte à l’autre : la précieuse collection d’autographes de Léon Gauchez et les 36 lettres inédites de Camille Claudel », dans In Monte Artium : Journal of the Royal Library of Belgium, n° 5, 2012, p. 69-94.
  • Goddeeris Ingrid, « De Belgische kunsthandelaar Léon Gauchez (1825-1907), een tijdgenoot van Siegfried Bing », dans Bulletin des Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique, année 2010, n° 1, 2010, p. 212-229.
  • Goddeeris Ingrid, « Forward ! – Selfhelp. – Self-respect : Léon Gauchez (1825-1907) et la société internationale des Beaux-Arts de Londres », dans Goddeeris Ingrid et Goldman Noémie (dir.), Animateur d’art : marchand, collectionneur, critique, éditeur … L’animateur d’art et ses multiples rôles : étude pluridisciplinaire de ces intermédiaires culturels méconnus des 19e et 20e siècles, Bruxelles, Musées royaux des Beaux-Arts, 2015, p. 141-155.
  • Goddeeris Ingrid, « La contribution de Léon Gauchez dans la constitution, valorisation et diffusion de la collection de tableaux de John Waterloo Wilson », dans Musées et Archives de la Ville de Bruxelles. Cahiers Bruxellois, n° 48, fasc. 1, 2016, p. 41-81.
  • Goddeeris Ingrid, « La fête artistique « illustrée » du 5 janvier 1850 », dans In Monte Artium : Journal of the Royal Library of Belgium, n° 7, 2014, p. 177-192.
  • Goddeeris Ingrid, « Léon Gauchez, critique et marchand d’art belge et sa passion pour la gravure française », dans Cahiers de l’IRHiS, vol. 9, 2013, p. 5-20.
  • Heesterbeek-Bert Catherine, « Léon Gauchez, un marchand d’art de la seconde moitié du 19e siècle : ses rapports avec les Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique. Quelques révélations puisées aux archives du musée », dans Bulletin des Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique, année 1994-1995, n° 1-4, 1994-1195, p. 183-225.
  • Prevost-Marcilhacy Pauline,« Léon Gauchez, Théophile Thoré et le développement du marché de l’art en Europe », dans Froissart Rossella, Houssais Laurent et Luneau Jean-François (dir.), Du romantisme à l’art déco. Lectures croisées, Rennes, Presses universitaires de Rennes, 2011, p. 137-152.
  • Russo Amanda, « Italie-Belgique via Paris : Léon Gauchez (1827-1907), un brillant trait d’union entre l’Italie et la Belgique », dans In Monte Artium : Journal of the Royal Library of Belgium, n° 10, 2017, p. 119-170.
  • Vrebos Martine, « John Waterloo Wilson en het Brusselse Stadsmuseum », dans Musées et Archives de la Ville de Bruxelles. Cahiers Bruxellois, n° 48, fasc. 1, 2016, p. 105-133.
  • Watson Andrew, « An Englishman in Paris: John Waterloo Wilson’s Remarkable Collection of French Nineteenth-Century Art », dans Musées et Archives de la Ville de Bruxelles. Cahiers Bruxellois, n° 48, fasc. 1, 2016, p. 83-104.

Thomas CLEEREBAUT
Historicus – Wetenschappelijk onderzoeker
Curator van de tentoonstelling
« Une promenade picturale de Dürer à Tiepolo. Quartiers d’été du Musée d’Ixelles »

Partenaires principaux

Labels & réseaux